biedt mogelijkheden om een ander geluid te laten horen dan wat er in de archiefstukken staat geschreven (of beter gezegd: niet geschreven). Naast aandacht voor de architectuur van de ‘grote huizen’ en het gebouw van de watermolen en het kookhuis, bied het ook mogelijkheden tot een inkijkje in de huizen/dorpen van de tot slaaf gemaakten.
Een belangrijk aandachtspunt is het blootleggen van de geleefde ervaringen, religieuze en spirituele waarden en het subtiele dagelijkse verzet van tot slaaf gemaakten aan de hand van teruggevonden gebruiksvoorwerpen zoals persoonlijke amuletten en aardewerk.
Maar ook inzicht in de ruimtelijke ordening van de plantagegebieden om te begrijpen hoe de kolonisten toezicht en controle uitoefenden.
Onderbelicht is dat de oorspronkelijke bewoners van de Guianas zich hebben verzet tegen het Europees koloniaal- en slavernijsysteem.
In de archiefstukken en literatuur worden de tot slaafgemaakte Inheemsen “Indiaanse- of Rode Slaven” genoemd. De benaming “Rode Slaaf” was om onderscheid te maken van de “Zwarte Slaven”, oftewel de tot slaaf gemaakte Afrikanen. Het bijvoeglijk naamwoord “rood” was een verwijzing naar de rode kleurstof waarmee de oorspronkelijke bewoners van de Guianas hun lichaam insmeerden.
Thema's
Onderbelicht, en grotendeels nog onbekend, is de complexiteit van de interacties in Suriname tussen de oorspronkelijke bewoners en de slaafgemaakte Afrikanen, met name de lowe nenge (“marrons”, of in het Engels beschreven als “in the Americas self-emancipated Africans of the Niger-Congo language family”), maar ook de kaboegers oftewel de “Black Caribs”. Het betreft hier zowel het materieel als het immaterieel cultureel erfgoed.



